|
Wanneer is de temperatuur nadelig voor de gezondheid van de werknemers? Het ARAB vertelt ons welke normen moeten worden gehanteerd en op welke manier de temperatuur moet worden vastgesteld. Een gewone thermometer komt hiervoor niet in aanmerking.
Velen onder ons hebben het al meegemaakt. De gewone thermometer duidt een temperatuur aan die duidelijk hoger is dan wat wettelijk is toegelaten. Je roept er dan ook de arbeidsgeneesheer bij. Die meet de temperatuur met zijn/haar speciale thermometer. En wat blijkt? De temperatuur is plots 8°C lager. Hoe kan dat, vraagt u zich af? Wel, de arbeidsgeneesheer meet met een toestel dat rekening houdt met alle beïnvloedende factoren, dus niet alleen met de temperatuur, maar ook met de luchtsnelheid (wind, tocht) en de luchtvochtigheid. Al die factoren samen bepalen of een mens zich goed of slecht voelt in een warme omgeving. Het resultaat van de meting is geen gewone temperatuur, maar een waarde die het totale klimaat beschrijft waarin wordt gewerkt, de WBGT-index - afkorting van het Engelse Wet Bulb Globe Temperature - genoemd. De getallen die je terugvindt in het ARAB zijn dus geen temperaturen, maar WBGT-waarden. De gemeten WBGT zal steeds een stuk lager zijn dan de temperatuur gemeten met een gewone thermometer. De maximale WBGT zal meestal pas in uitzonderlijke omstandigheden worden overschreden (tabel zie ARAB, art. 64). Overmatige warmte Warmte kan van klimatologische (de zon) of technologische (lampen, machines, ovens,...) oorsprong zijn. Er is sprake van overmatige warmte wanneer de maximumtemperatuur (zie onderstaande tabel) overschreden wordt. Deze maximumtemperatuur is afhankelijk van het soort werk dat werknemers uitvoeren. Het gaat om de temperatuur op de effectieve werkplaats (dus niet de buitentemperaturen, behalve natuurlijk voor de werknemers die buiten tewerkgesteld zijn). soort werk | voorbeeld | Calorieverbruik/uur | maximum | zeer licht werk | secretariaatswerk | ongeveer 90 kcal/uur | 30 ºC | licht werk | handenarbeid aan een tafel | ongeveer 150 kcal/uur | 30 ºC | halfzwaar werk | staande arbeid | ongeveer 250 kcal/uur | 26,7 ºC | zwaar werk | grondwerken | ongeveer 350 kcal/uur | 25 ºC |
Bij overmatige warmte van technologische oorsprong, moet de werkgever kunstmatige ventilatie installeren. Warmte door straling (bijv. ovens) moet worden bestreden met beveiligingsschermen, reflectorische beschermkledij of kleding met ingebouwd koelsysteem. Wanneer geen van deze maatregelen de temperatuur beneden het maximum krijgt, mag slechts worden gewerkt met tussentijdse rustperiodes in gekoelde ruimten (tabel zie ARAB, art. 148 decies 2, 4.2., §3). Dit werkregime kan pas worden ingesteld na advies van de arbeidsgeneesheer en na akkoord van het Comité PB of als er geen Comité bestaat van de vakbondsafvaardiging. Wanneer het klimaat de oorzaak is van de overmatige warmte moeten de werknemers in de eerste plaats worden beschermd tegen rechtstreekse zonnestraling en hiervoor de nodige beschermingsmiddelen krijgen (hoofddeksel, zonnescherm, zonnecrème, schaduwruimte,…) De werkgever moet ook op advies van de arbeidsgeneesheer aangepaste dranken verstrekken. Tot slot krijgt de werkgever 48 uur de tijd om kunstmatige ventilatie te installeren. Blijft de overmatige warmte na die periode voortduren, dan moet ook overgestapt worden op een systeem van werken met verplichte rusttijden. Preventie Je kan beter niet wachten tot het te warm wordt vooraleer maatregelen te nemen. Het is van groot belang reeds vooraf de risico’s te evalueren van de te verwachten overmatige warmte, zowel van technologische als klimatologische oorsprong. Op basis hiervan kunnen dan tijdig een reeks van preventiemaatregelen worden gepland. Nuttige werkinstrumenten hierbij zijn het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan, die worden opgelegd door het KB betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers (Codex, Titel I, Hoofdstuk 3). Hou bij de bespreking van deze plannen rekening met het feit dat de maximale WBGT-waarden geen comfortgrens aangeven, maar de grens waarboven zich ernstige of eventueel zelfs levensbedreigende gezondheidsproblemen kunnen voordoen. Je kan met andere woorden best hinder ondervinden zonder dat de maximale waarden overschreden worden. De WBGT-waarden houden bovendien geen rekening met de verschillen tussen mensen en liggen dus voor sommige werknemers veel te hoog. Het is daarom aan te raden zo ver mogelijk onder de maximale waarden te blijven. Ozon: een nieuw probleem? Naast de ongemakken door overmatige warmte veroorzaken hoge ozonconcentraties bij warm weer gezondheidsproblemen, voornamelijk bij buitenwerkers. Ozon kan van klimatologische of van technologische (machines, kopieermachines,…) oorsprong zijn. Ozon van klimatologische oorsprong wordt gevormd uit stikstofdioxide (uitstoot van uitlaatgassen en industrie) en vluchtige organische stoffen (VOS, o.a. solventen) onder invloed van zonlicht en hoge temperatuur. Verhoogde ozonconcentraties worden vooral in de lente en de zomer gemeten, wanneer de temperatuur het hoogst is en de bewolking het minst. Hoge ozonconcentraties zorgen voor een vermindering van de ademhalingsfunctie en ademhalingsmoeilijkheden, pijn bij diepe ademhaling, hoest, hoofdpijn en oogirritatie. Niet alleen kwetsbare groepen zoals kinderen en ouderen lopen hierbij grote risico’s maar ook degenen die zwaar werk moeten verrichten in open lucht (zoals bouwvakkers en wegenwerkers) lopen gevaar voor hun gezondheid. Over de bescherming tegen ozon van klimatologische oorsprong zijn in de arbeidsreglementering geen afzonderlijke bepalingen opgenomen. Hoge ozonconcentraties van klimatologische oorsprong zijn moeilijk te bestrijden. Het is aan te raden om zoveel mogelijk binnen te werken en het zwaar werk zoveel mogelijk te beperken. Wel voorziet de wetgeving dat, wanneer de ozonconcentraties stijgen, de overheid verplicht is om de bevolking te informeren. Afhankelijk van de drempelwaarden die worden overschreden, moet de bevolking eerst ingelicht en later gealarmeerd worden. - de bevolking wordt ingelicht bij overschrijding van 180 µg/m3 gedurende 1 uur;
- de bevolking wordt gealarmeerd bij overschrijding van 240 µg/m3 gedurende 1 uur.
Over de bescherming van de werknemers tegen ozon van technologische oorsprong is de wetgeving duidelijker. In het koninklijk besluit over chemische agentia op het werk van 11 maart 2002 is een maximale korte tijdsblootstellingswaarde voor ozon in een werkomgeving van 200 µg/m3 voorzien (deze grenswaarde mag niet worden overschreden en geldt voor een periode van 15 minuten). Bij een ozonblootstelling van technologische oorsprong moet door het werken in gesloten systemen, afzuiging en ventilatie de concentratie zo laag mogelijk worden gehouden. Al jaren voert het ACV gesprekken om deze regelgeving te verbeteren. Nog te vaak wachten ondernemingen tot het te warm is vooraleer maatregelen te treffen. Bovendien wil het ACV dat de maximumtemperatuur eenvoudig kan worden vastgesteld, zonder de hulp van specialisten en ingewikkelde apparatuur. Het ACV bereikte onlangs een consensus met de andere sociale partners over de noodzaak om preventieve maatregelen te treffen – dus voor het te laat is – en over het principe van een eenvoudige alternatieve methode om de maximumtemperaturen vast te stellen . Tot een wijziging van de wetgeving kwam het echter nog niet, dus moeten we het stellen met wat is vastgelegd in artikel 64 en 148 decies 2.4 van het ARAB. |
|