De ontslagcompensatievergoeding (OCV)

Het doel van die regeling is het compenseren van het verschil in opzegtermijnen tussen arbeiders en bedienden van het verleden.
De compensatie gebeurt ofwel via de ontslagcompensatievergoeding (OCV). Sinds 1 januari 2017 heeft iedereen recht op een OCV.
De periode gedekt door de OCV wordt bepaald aan de hand van volgende formule: 
Alle jaren anciënniteit alsof de arbeider altijd al werkte onder de nieuwe regeling (a)
- (min) 
(vastgeklikte rechten op 31 december 2013 (b) + opgebouwde anciënniteit vanaf 1 januari 2014 tot ontslag) (c))
VOORBEELD
Arbeider in het PC 105
In dienst op 12.01.1993
Uit dienst op 01.02.2017
(a) Totale anciënniteit = 24 jaar en 0,5 maand = 66 weken (cfr nieuwe opzegtermijnen).
(b) Opzeg arbeider tot 31.12.2013: PC 105: 20 jaar + 11 maand = 20 weken (140 kalenderdagen).
(c) Opzeg van 01.01.2014 tot 01.02.2017: 3 jaar en 1 maand = 13 weken.
=> Deze werknemer krijgt dus (20 + 13) 33 weken opzeg (te presteren of als opzegvergoeding) én een uitbetaling van een netto ontslagcompensatievergoeding van 33 weken (= 66 - 33).
De OCV moet je aanvragen bij de uitbetalingsinstelling wanneer je een aanvraag voor werkloosheid doet. Je hebt dan de keuze:
  • Ofwel laat je de OCV in 1 keer uitbetalen.
  • Ofwel kies je voor een maandelijkse uitkering.
Je maakt die keuze bekend als je de aanvraag voor werkloosheid doet.
De OCV wordt betaald door de RVA via de uitbetalingsinstellingen en is een netto-uitkering (dus vrijgesteld van RSZ en bedrijfsvoorheffing). Deze OCV kan niet gecumuleerd worden met werkloosheidsuitkeringen.
Ook in geval van SWT heeft men recht op de ontslagcompensatievergoeding.
Werkgroep statuten arbeiders-bedienden
Met het oog op de verdere toenadering in de statuten arbeiders- bedienden op sectorvlak werd in het nationaal akkoord 2013-2014 overeengekomen om een werkgroep op te richten en dit samen met de bediendenorganisaties.
In het nationaal akkoord 2017-2018 werd overeengekomen om de werkzaamheden van deze werkgroep verder te zetten. 
Daarnaast worden de ondernemingen in datzelfde akkoord aanbevolen om samen met het wegwerken van de verschillen omtrent het aanvullend pensioen ook tegelijk werk te maken van een inventaris van alle loon- en arbeidsvoorwaarden van arbeiders en bedienden.