Vorming en opleiding Non-ferro

De sector bevestigt de noodzaak aan permanente vorming als middel tot verhoging van de competenties van de werknemers en van de onderneming. De vormingsinspanning van elke onderneming bedraagt sinds 2014 minstens 1,7 % van de totale jaarlijkse bruto loonmassa.

Bedrijfsopleidingsplan

De ondernemingen stellen een jaarlijks bedrijfsopleidingsplan op vóór 1 april 2015 en respectievelijk vóór 1 april 2016. Bij de invulling van de opleidingsbehoeften moet er aandacht zijn voor alle werknemers, met specifieke aandacht voor oudere werknemers en laaggeschoolden.
In de opleidingsplannen moet er een duidelijk overzicht zijn van alle vormingen die door de onderneming worden georganiseerd en moet ook on-the-job-training opgenomen zijn.
De ondernemingsraad moet over de inhoud van het opleidingsplan geraadpleegd worden. Bij gebrek aan een ondernemingsraad moet de syndicale delegatie op de hoogte worden gebracht. Indien de onderneming geen bedrijfsopleidingsplan heeft opgesteld of indien de overlegorganen (OR, SD) niet worden geraadpleegd, kan de onderneming niet genieten van financiële ondersteuning ten gunste van de “risicogroepen”.
Jaarlijks moeten de onderneming in het paritair contactcomité hierover verslag uitbrengen. Deze regeling geldt voor onbepaalde duur.
De uitzendkracht die minstens 6 maanden ononderbroken in de onderneming heeft gewerkt, geniet van een gelijke behandeling inzake opleiding.

OpleidingsCV

Iedere onderneming houdt voor elke werknemer een opleidingsCV bij. Het opleidingsCV geeft minstens een overzicht van de uitgeoefende functies en de gevolgde professionele opleidingen.
De mogelijkheid bestaat om op ondernemingsniveau een eigen model uit te werken, voor zover minstens de informatie zoals opgenomen in het sectorale model, terug te vinden is in dit ondernemingsmodel.