Rhana Plaza

Met 1.138 paar schoenen op een rij van 250 meter herdacht de Schone Kleren Campagne de instorting van het Rana Plaza complex in Bangladesh, vandaag 5 jaar geleden. Vandaag zijn de kledingfabrieken in Bangladesh veiliger dan in 2013, maar leven de kledingarbeid(st)ers nog steeds in krottenwijken. De Schone Kleren Campagne roept de Belgische kledingbedrijven met productie in Bangladesh op om het vernieuwde Bangladesh Akkoord, dat moet zorgen voor veiligere fabrieken, te ondertekenen. 
De veiligheid van de Bengaalse kledingfabriek verbeterde dankzij het Bangladesh Akkoord voor Gebouw- en Brandveiligheid, een wettelijk bindend akkoord tussen kledingbedrijven en vakbonden. In mei loopt het Akkoord af. In juni 2017 zetten vakbonden en kledingbedrijven hun handtekening onder een verlenging van het Akkoord, officieel het 2018 Transition Accord genoemd. Het doel van de verlenging is om de vooruitgang van het eerste Akkoord te behouden en om bijkomende fabrieken te inspecteren en renoveren. Inmiddels hebben 144 kledingmerken en -retailers het 2018 Akkoord ondertekend. Ongeveer 80 bedrijven, waaronder bekende namen als Puma, Abercrombie & Fitch, Charles Vögele blijven talmen hoewel ze wel het eerste Akkoord ondertekenden. 
Andere bedrijven zoals Decathlon, KIABI, VF Corporation (Lee, Kipling, The North Face, Vans), Nike, Levi’s e.a. weigerden zelfs het eerste Akkoord te ondertekenen. 
En de Belgische bedrijven? 
Tot nu toe hebben 7 Belgische bedrijven het 2018 Akkoord ondertekend: C&A, JBC, Bel&Bo, Bel-Confect, Cassis/Paprika, Van der Erve en Jogilo. Malu en Tex Alliance hebben het eerste Akkoord ondertekend, maar niet de opvolger. Van LolaLiza, Stanley/Stella, The Cotton Group en Dto weten we dat ze productie hebben in Bangladesh. Toch hebben ze het 2018 Akkoord nog niet ondertekend. “Bedrijven die het Bangladesh Akkoord niet ondertekenen zijn free-riders: ze profiteren van de inspanningen van diegenen die dat wel doen zonder er zelf aan bij te dragen. Zij kunnen niet beweren dat ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen,” zegt Sara Ceustermans, coördinator van de Schone Kleren Campagne. “Wij vragen dan ook dat zij zo snel mogelijk het 2018 Akkoord ondertekenen en het aflopen van het huidige Akkoord niet af te wachten. De continuïteit van de inspecties is belangrijk.” Wellicht zijn er nog meer Belgische bedrijven met productie in Bangladesh, maar doordat ze niet verplicht zijn hierover te communiceren is het moeilijk hen te verantwoording te roepen. 
Werken in veilige fabrieken, leven in sloppenwijken 
“Dankzij het Bangladesh-akkoord zijn de werkomstandigheden van de mensen verbeterd, maar niet zozeer hun levensomstandigheden,” zegt Jef Van Hecken van Wereldsolidariteit. “De kloof tussen hun werk- en leefomgeving wordt alleen maar groter, ze werken heel de dag in een cleane omgeving en dan moeten ze naar huis, naar hun sloppenwijken. Ook het werkritme is toegenomen.” De lonen in de sector liggen extreem laag: het minimumloon bedraagt al 3 jaar nauwelijks meer dan 50 euro per maand. Het leven wordt wel elk jaar duurder: de jaarlijkse inflatie bedraagt ongeveer 12%. 
Belgische regering doet te weinig 
In onze buurlanden woedt het politieke debat over de verantwoordelijkheid van overheden en bedrijven volop. In Nederland ondertekenden kledingbedrijven, werkgeversfederaties, vakbonden, ngo’s en de overheid het convenant Duurzame Kleding & Textiel (2016). Deelnemende bedrijven moeten de problemen en risico’s op mensenrechtenschendingen en een negatieve milieu-impact onderzoeken en op basis daarvan een plan van aanpak opmaken met concrete doelen. In Duitsland werd iets gelijkaardigs afgesloten: de Textil Bündnis. In Frankrijk is er dan weer een wet goedgekeurd die moederbedrijven en bedrijven met onderaannemers uit alle sectoren verplicht om de impact van hun activiteiten op de mensenrechten doorheen de keten te identificeren én hen verplicht om maatregelen te nemen. Ook in België is een dergelijk beleidskader nodig.